Partager
Printervriendelijke versieSend by email

Current Size: 100%

Stadswandeling van een erfgoed



Clou touristique

 

Via 2 verschillende rondwandelingen kunt u de oude binnenstad van Vendôme beter leren kennen. Het vertrekpunt voor beide wandelingen is het VVV en ze vullen elkaar aan, zodat u ten volle kunt genieten van de rijkdom van dit stedelijk erfgoed.

 

 

Eerste parcours

In het hartje van de stad

Het stadhuis

Het stadhuis

De hertog César van Vendôme sticht in 1623 een college dat hij aan de Oratorianen (religieuze congregatie ontstaan in Frankrijk in de XVIIe eeuw) toevertrouwt. Dit gebouw verandert meermaals van naam; aan het eind van de XVIIIe eeuw was het een koninklijke militaire academie, en in 1930 wordt het omgedoopt tot Ronsard-lyceum. In 1969-1970 wordt een nieuw lyceum gebouwd aan de noordkant van de stad, waardoor het oude leeg komt te staan. In 1982 wordt het verbouwd en doet tot op heden dienst als stadhuis.

Tussen 1639 en 1777 wordt met bakstenen en kalksteen gebouwd in de stijl van de klassieke franse architectuur. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de gevels aan de "Cour d'Honneur" in het verlengde van de grote poort die uitkomt op de rue St. Jacques.

Honoré de Balzac (1799-1850) volgde zeven jaar lang, aan het begin van de XIXe eeuw, onderwijs aan het college van Vendôme. Hij werd vaak gestraft en opgesloten in een kamertje van het voormalige hôtel du Bellay, vandaag de dag beter bekend als het hôtel du Saillant, waar het VVV gevestigd is.

 

De kapel Saint-Jacques

Kapel

Vanaf de XIIe eeuw worden hier pelgrims verwelkomt die op weg zijn naar Saint-Jacques de Compostelle. De huidige gotische flamboyante kapel is het resultaat van diverse transformaties in de XVe en XVIe eeuw. Vanaf 1623 eigenen de Oratorianen, die aan het nabijgelegen college les gaven, zich deze kapel toe. Ten tijde van de Revolutie is de kapel buiten gebruik geraakt en wordt eerst als militaire opslagplaats en vervolgens als theater gebruikt, waarna hij in 1826 weer als religieus gebouw dienst doet. Sinds 1982 worden er in de Saint-Jacques kapel eveneens exposities georganiseerd.

 

De rue du Change dankt zijn naam aan het wisselkantoor dat er in 1354 gevestigd was. De straat is in de XIXe eeuw verbreed en is vanaf 1978 autovrij. Het huidige postkantoor is vanaf 1956 gevestigd in voormalig warenhuis "Les Nouvelles Galeries" dat gebouwd is aan het begin van de XXe eeuw.

 

 

 

De Islette toren

Islette Toren

 

De Islette toren maakt deel uit van de vestingmuren, die in de XIIIe eeuw aan de rand van de Loir gebouwd zijn. Vanaf de XVIIIe eeuw wordt deze toren, evenals alle andere verdedigingswerken, verwaarloosd, gedeeltelijk afgebroken en opnieuw gebruikt door de bewoners van Vendôme.

 

In de loop der eeuwen raken de vestingmuren en de bruggen, die toen nog van hout waren, door de vele overstromingen van de Loir beschadigd. Zo is de Chartrain brug, die vlakbij de Islette toren ligt, in 1691 volledig opnieuw uit steen gebouwd.

 

 

 

 

Het oude franciscanerklooster

Couvent des CordeliersIn de XIIIe eeuw, als de tempeliers vertrokken zijn, wordt dit klooster één van de belangrijkste vestigingen van de franciscanen.

In 1589, toen de stad onder het beleg van Henri IV lag, wordt het klooster geplunderd als wraak op de weerstand tegen de Hugenoten onder leiding van de franciscanen. Na de Revolutie wordt het klooster door Benedictijners van Calvaire gekocht die het uitbreiden en er een school van maken. In 1971, vestigt het ziekenhuis van Vendôme, dat sinds 1964 eigenaar is van het klooster, er een bejaardentehuis.

De huidige place de la Liberté krijgt zijn naam pas in 1913. Wat voorheen een bebouwd eilandje was, verdwijnt door de omleiding van de rivier de Loir, en heeft plaats gemaakt voor een groot plein.

 

De tuintjeshelling

Pente des petits jardins

Wat in de Middeleeuwen nog nat grasland was, wordt in de XIXe eeuw de vuilstortplaats van de stad. Uiteindelijk wordt dit gebied aan de rand van de Loir opnieuw bewerkt en het wordt in 1898 het square Belot. De militairen, die in de abdij van Trinité gevestigd zijn, bouwen de Islette brug om de wijk en hun kazerne toegankelijk te maken.

Ieder jaar worden op de "pente des petits jardins" nieuwe bloemencomposities geëxposeerd. Al deze parken en tuinen dragen bij aan de kwaliteit en diversiteit van de bloemdecoratie in Vendôme.

 

 

 

De waterpoort

Porte d'eau

 

Deze poort, die in de loop van de XIIIe en de XVe eeuw versterkt werd, wordt ook wel de "arche des Grands Prés" genoemd, vanwege het gebied waar het middenin staat. Sinds de middeleeuwen wordt de watertoevoer van de Loir, die de molens in de stad van water moet voorzien, gecontroleerd. Zo werd er door de monniken van Trinité een stuwdam aangelegd zodat hun molen, de "moulin Perrin" voldoende water kreeg.

Pierre de Ronsard (1524-1585) schrijft over de vallei van de Loir en over de inwoners van Vendôme. Deze hofdichter is geboren in de manoir de la Possonière, op circa veertig kilometer afstand van Vendôme.

 

De abside van de Trinité

abside van de Trinité

De benedictijner abdij de Trinité bezit sinds de romaanse periode een kerk. In 1271 besluiten de monniken deze kerk die in verval is geraakt, te restaureren. Rond 1308 wordt een nieuw koor gebouwd. De harmonie van de verhoudingen en de brede muuropeningen versierd met vele motieven en driepassen maken het een goed voorbeeld van de rayonnante gothische architectuur.

Naar het schijnt, woonde de abt kardinaal vanaf de XIIe eeuw in een eigen woning en deelde niet meer een slaapzaal met de andere monniken. Het huidige gebouw komt nog gedeeltelijk overeen met de woning, die aan het begin van de XVe eeuw in gotische flamboyante stijl is gebouwd.De rue de l’Abbaye bestaat pas sinds begin XIXe eeuw. Het klooster is dan al niet meer in gebruik. De brug "le pont de l’abbaye" is in 1859 voltooid en maakt dit steegje opnieuw toegankelijk.

 

De wijk Rochambeau

RochambeauIn 1791 worden de gebouwen van de abdij van de Trinité verkocht. Er wordt een gerechtshof, een gevangenis en een prefectuur in gevestigd. In 1802 vestigt zich in de wijk, die in 1886 de naam Rochambeau krijgt, een cavalerie. Er worden meer dan dertig gebouwen (stallen, maneges, winkels…) gebouwd. De laatste van de in Vendôme gevestigde regimenten is de "20e Chasseurs à cheval", in 1914 verdwenen. De gendarmerie, die als laatste in deze gebouwen gehuisvest is geweest, verhuist in 1996 naar gebouwen in de directe omgeving. De primitieve kerk dateert uit de XIe eeuw tegelijkertijd met de stichting van de abdij. De grote ramen aan de achtergevel zijn tijdens de Revolutie gemaakt om het refectorium, waar de gevangenen aten, beter te verlichten. De zaal behoudt overigens deze functie van kantine in de XIXe eeuw ten tijde van de cavalerie. Aan de achterzijde van het gebouw zijn de oorspronkelijke romaanse vensters en zuilen nog te herkennen.

 

De kloosterhof

Cour du CloîtreHet klooster (van het Latijn "claustrum": afsluiting) is een plaats gereserveerd voor de monniken die er mediteren. Het neemt een centrale plaats in in de benedictijner abdij en is omringd door de slaapzaal, de eetzaal en het gastenverblijf. De cirkelvormige keuken (zoals in Fontevraud) en de zuidvleugel zijn vervangen door een groter gebouw, dat nodig was om de benedictijner mauristenmonniken in de XVIIIe eeuw te kunnen huisvesten. Na afbraak door het leger in 1907 is enkel nog de noordzijde van het klooster, langs de kerk bewaard gebleven.

In de kapittelzaal kwamen de monniken dagelijks bijeen. Eén van de muren van deze zaal is versierd met prachtige fresco's (eind XIe begin XIIe eeuw) die in 1972 ontdekt zijn, achter een XIVe eeuwse muur.

"La Pêche miraculeuse" (De miraculeuze visvangst) (Johannes 21, 1-14) is de mooiste van deze fresco's die de gebeurtenissen illustreren van na de wederopstanding van Christus.

 

De gevel van de Trinité

Abbaye de la Trinité

 

In 1508 ontwerpt en bouwt de architect Jean Texier alias Jean de Beauce, samen met enkele beeldhouwers de voorgevel van de abdij van de Trinité. Deze "gebeeldhouwde illuminatie" is één van de meesterwerken van de flamboyante gotische kunst. De klokkentoren uit de XIIe eeuw is eveneens een bijzonder bouwwerk. Deze doet sterk denken aan de zuidelijke klokkentoren van de kathedraal van Chartres die rond dezelfde tijd is gebouwd.

 

 

 

 

 

Vakwerkhuizen

Maison en pans de boisVele middeleeuwse huizen in het oude stadscentrum van Vendôme zijn van vakwerk gemaakt, dat in de XVIIIe en XIXe eeuw de meest goedkope bouwtechniek was. Het huis Saint-Martin dateert van eind XVe eeuw, en bestaat uit een aantal houten palen die op de zogenaamde "sablières" (horizontale balken) bevestigd zijn. Op de begane grond zijn vier beeldhouwwerken te zien, te weten van links naar rechts: saint Martin, saint Jacques, saint Jean-Baptiste en saint Louis.

Jean-Baptiste Donatien de Vimeur, later Maarschalk van Rochambeau, is geboren in Vendôme op 1 juli 1725. Op het plein Saint-Martin staat sinds 1900 zijn standbeeld, ter nagedachtenis aan zijn vele wapenfeiten. Aan de zijde van George Washington, behaalde hij in 1781 de overwinning bij Yorktown, een belangrijke slag in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog.

 

Tweede parcours

Wandeling naar het kasteel

De kerk Sainte-Marie-Madeleine

Eglise de la Madeleine

Op 2 juni 1474 sticht Jean VIII, graaf van Vendôme, de kerk Sainte-Marie-Madeleine met de steun van de inwoners en vooral de broederschappen van de wijn- en tuinteelt die vele terreinen in de directe omgeving bebouwen. Het gebouw dateert weliswaar uit de 15de eeuw, maar het is van binnen volledig gerestaureerd in de 19de eeuw, waar een mooi geheel van glas-in-loodramen uit het atelier Lobin in Tours te bewonderen zijn.

 

De oorsprong van het ziekenhuis dat tegen het place de la Madeleine aanligt, gaat terug tot 1620 - 1623 wanneer César de Vendôme besluit er een hospice te vestigen. Deze in eerste instantie religieuze instelling wordt vanaf 1905 voor iedereen toegankelijk.

 

 

 

De bibliotheek

BibliothequeDit gebouw is ontworpen door de architect Édouard Marganne en gebouwd tussen 1866 en 1868, met als doel er een bibliotheek, een museum en een geschiedkundig genootschap in te huisvesten. In juni 1940 blijft het door het bombardement gespaard en wordt dan het stadhuis. De complete museumcollectie wordt in 1953 overgebracht naar de abdij van Trinité. Sinds 1986 huisvest zich er enkel nog de bibliotheek, terwijl het stadhuis in het voormalige lyceum Ronsard zijn intrek genomen heeft.

Gervais Launay (1804-1891), tekendocent aan het college van Vendôme, was een groot liefhebber van geschiedenis en van archeologie. Kopieën van de aquarellen die hij gerealiseerd heeft zijn gebruikt voor de informatieborden die u tegenkomt op beide rondwandelingen. De originelen worden bewaard in de bibliotheek van Vendôme.

 

De kapel Saint-Pierre-la-Motte

Saint Pierre la Motte

 

Deze XIe eeuwse kapel behoorde bij een priorij van de monniken van Saint-Georges-des-Bois. Hij werd in 1791 verkocht en meerdere keren verbouwd, waardoor er nog slechts een derde van over is. De ruimte binnen is perfect afgestemd op de sobere buitenkant van dit Romaanse bouwwerk dat vandaag de dag tot één van de oudste monumenten van Vendôme gerekend wordt.

 

 

 

 

 

De oude kerk Saint-Martin

Place Saint MartinDe toren van Saint-Martin is de voormalige klokkentoren van een kerk die vrijwel de gehele oppervlakte van het huidige plein in beslag nam. Na de Revolutie is de structuur van het bouwwerk door de vele aanpassingen verzwakt geraakt en uiteindelijk is in 1854 het gewelf ingestort. Hierna wordt de kerk afgebroken maar de toren (eind XVe, begin XVIe eeuw) blijft in gebruik als klokkentoren. Het carillon van de Saint-Martin toren speelt een deuntje dat een opsomming is van de enige steden die de kroonprins Charles VII in de XVe eeuw onder zijn bewind had: "Orléans, Beaugency, Notre-Dame-de-Cléry en Vendôme…"

 

 

Het marktplein

Marché CouvertVroeger was dit een publieke schand- en executieplaats, die in de XVIe eeuw is opgeheven, en plaats maakte voor het marktplein, la place du Marché, dat in eerste instantie slechts één verbrede straat besloeg. Om de verkeersproblemen op te lossen, die door de markt ontstonden, koopt de stad huizen op, die ze dan afbreekt. De huidige overdekte markthal is in 1896 ingewijd en in 1981 voorzien van ramen.

De wijk van de wederopbouw: op 15 juni 1940 is Vendôme gebombardeerd. Door een brand raakt de vestingpoort van Saint-Georges beschadigd. De brand vernietigt eveneens bijna een kwart van alle gebouwen in de binnenstad. De aanblik van de stad wordt door de architect Jean Dorian opnieuw uitgedacht, waarbij hij de straten aanpast aan het steeds drukker wordende verkeer.

 

De poort van de Pont neuf

De houten brug die in de XVIIIe eeuw de binnenstad met het hoenderhof van het kasteel aan elkaar verbond, verdwijnt vanwege gebrekkig onderhoud. De poort van de Pont neuf, die de ingang tot deze brug was, is nog het enige overblijfsel van de verbinding tussen deze twee versterkte muren.

Bij de plundering van Vendôme op 19 november 1589, kwamen de troepen van Henri IV via deze poort de stad binnen nadat ze het kasteeel ingenomen hadden.

 

De poort van Saint-Georges

Porte Saint GeorgesDeze poort is de enige die nog is overgebleven van de oorspronkelijk vier poorten die de stad domineerden. In 1467 staat graaf Jean VIII deze poort voor eeuwig af aan de schepenen, die er hun vergaderingen houden.

De poort is versierd met een decor van XVIe eeuwse medaillons. Sinds de restauratie in 1959, als gevolg van het bombardement van 1940, wordt er opnieuw door de gemeente vergaderd en wordt er eveneens getrouwd.

Het huis "Fisseau", naast de poort van Saint-Georges, dateert van 1947. Albert Fisseau, timmerman en lid van het gilde, heeft dit vakwerkhuis gebouwd, waarvan één van de dakramen rijkelijk bewerkt is.

 

Het kasteel in de XVIIe eeuw

chateau

 

Op een gravure van het kasteel in de XVIIe eeuw komt duidelijk de omvang van aanpassingen naar voren die door hertog César de Vendôme werd vereist. Hij laat een helling en een poort bouwen die het kasteel beter toegankelijk maken. Twee eeuwen eerder werden al ruime verblijven gebouwd, waarvan nog slechts de grondstructuur van de torens op de helling over is gebleven.

 

Beneden ligt de "rue Ferme", waar het voormalige hoenderhof van het kasteel lag, een soort beveiligde gang tussen versterkte poorten. De huizen in deze straat zijn voornamelijk oude kanunnikenhuizen van de collegiale kerk van het kasteel.

 

 

De voormalige collegiale kerk Saint-Georges

In de collegiale kerk van het kasteel bevinden zich vanaf zijn constructie in de XIe eeuw tot de XVIIe eeuw de graftombes van de graven en hertogen van Vendôme, met name die van Jeanne d’Albret en Antoine de Bourbon, de ouders van Henri IV. Helaas wordt na de Revolutie niet alleen het kasteel verwoest, maar eveneens dit heiligdom van de familie Bourbon Vendôme, dat door twee eerdere aanvallen al beschadigd was (in 1562 door de Hugenoten en in 1793 door de Revolutionairen). De hagen (in 1935 geplant) geven de oorspronkelijke opzet van dit gebouw weer.

 

De middeleeuwse vestingmuur van het kasteel

Château de Vendôme

Het allereerste gedeelte dat in de XIe eeuw versterkt werd, was de vierhoekige donjon die aan de noorwestzijde van de rotshelling stond (aan de buitenzijde van het huidige park, op een privédomein genaamd La Capitainerie). De middeleeuwse vesting, waarvan de muren nog gedeeltelijk te zien zijn, dateert uit de XIIe eeuw. De toren van Poitiers, de hoofdtoren, domineert nog steeds vanwege zijn afmetingen, en werd in de XIVe eeuw versterkt. Het kasteel wordt door de hertogen van Vendôme verwaarloosd, waardoor het in 1712 onder het bestuur van het koningshuis komt te staan, maar hierdoor krijgt het niet meer aandacht dan voorheen. In 1791 is het kasteel een complete ruïne geworden en wordt verkocht aan verschillende personen. De trotse ceder, die in 1807 geplant is, geeft duidelijk de huidige functie van park weer. In maart 2001 stort een toren en een gedeelte van de vestingmuur in wat verklaart waarom de overblijfselen schuin op de helling staan.